Mannen hebben geen smaak
Jaja, ik weet het.
Ik generaliseer.
Maar om iets duidelijk te maken moet je duidelijk zijn.
Toch?
Welnu.
Mijn man kwam gisterochtend de trap af in een dunne witte zomerbroek.
Niet vreemd want het is bijna zomer en de zon scheen, dus waarom niet.
Nou, omdat het geen gebruikelijke dracht is voor een normale werkdag op
kantoor.
Zou ik zo zeggen.
De broek scheen door.
Aan de voorkant en op heuphoogte ontwaarde ik zijn donkere slip, aan de
achterkant vielen dwars door de doorschijnende stof vooral de grote
zakken op, vierkante witte lappen waar je niet omheen kon.
Ik hou van mijn man.
Maar op zulke momenten even niet.
Eén blik was voldoende om ook maar meteen zijn zwart/grijs
geblokte overhemd met korte mouwen af te keuren, zo ook zijn beige
sokken in bruine veterschoenen.
De combinatie!!
Maar hoe zeg je zoiets op een manier waarop hij je evengoed
aardig blijft vinden?
Ga je zo naar je werk?????
Het was eruit voor ik er erg in had.
Hij moet de verbijstering van mijn gezicht af hebben
gelezen.
Ik ben een open boek.
Zeker voor hem.
En ja, ik weet het!
Sommige blikken en opmerkingen zijn dodelijk.
Het humeur van mijn echtgenoot veranderde als een blad aan een boom van
zonnig en vrolijk naar donder en bliksem.
Dat viel te verwachten.
Wat is er niet goed, vroeg hij nog, maar voor mij was er geen enkele
mogelijk om die vraag vriendelijk en meegaand te beantwoorden.
,,Trek in godsnaam wat anders aan'' schijn ik gemompeld te hebben.

Later, we hadden gezwommen, vertelde ik mijn ervaringen onder de douche
tegen mijn mede-zwemgenoten.
Niets zo heerlijk als een groep vrouwen bij wie je herkenning en
bevestiging vermoed.
Terwijl er driftig in flesjes shampoo werd geknepen kwamen de verhalen
los.
Over mannelijke wansmaak, over het onvermogen te combineren, over
nonchalance, over kleurenblindheid en over die del bij hem op kantoor
die de laatste tijd álles leuk vindt wat hij aan
heeft..................

Ik ben niet jaloers uitgevallen.
*********************************************************
Zuster Mirjam
Ik mocht haar interviewen voor de krant: zuster Mirjam in het
Karmelklooster in Egmond aan de Hoef.
We schrijven een paar jaar geleden.
Ik schatte haar voor in de tachtig.
Ze ontving me in een grote kamer met grote zware stoelen aan een
grote zware tafel.
Zij was een kleine vrouw.
De omgeving imponeerde mij maar zij imponeerde mij nog veel meer.
Ik mocht haar alles vragen, zei ze, en ik voelde me een beetje een
indringer.
Haar leven was van god en van de kloostergemeenschap waaraan ze zich
had overgegeven.
Waarom wilde ik me daarin mengen?
Maar ze was blij met mijn komst en ze nam me in vertrouwen.
Gezeten in een te grote stoel vertelde ze hoe haar moeder, ziek
als ze was, naar het klooster was gekomen om afscheid te nemen van haar
dochter.
Andersom was niet mogelijk.
De dochter mocht het klooster niet verlaten, ook al was het zeker dat
de oude vrouw aan haar laatste dagen bezig was.
Gescheiden door tralies deelden ze het verdriet om het naderende
afscheid en betoonden ze elkaar hun liefde.
Mirjam, jong nog, deed iets wat niet mocht.
Ze stak haar hand door de tralies om haar moeder voor de laatste keer
aan te raken.
,,God zal het me wel vergeven'' dacht ze.
Een week later overleed haar moeder.
Zij, Mirjam, was er niet bij.
,,Is het niet vreselijk dat de regels van het klooster u destijds
verboden om bij uw moeder te zijn en uw moeder in de armen te nemen?''
vroeg ik, nog natrillend van verbijstering.
,,Je moet het in die tijd zien'' zei ze. ,,En je kunt de tijd niet
terugdraaien. Wel ben ik blij dat de regels zijn aangepast. In deze
tijd had het wél gekund om lijfelijk van elkaar afscheid te
nemen. Wat had ik dat graag ook gehad.''
Ze liet me haar kloostercel zien.
De intimiteit daarvan greep me bij de keel.
Kale muren, een kleine ruimte, een bed, een bureautje en een plankje
met een gebedenboek.
Er staken papiertjes uit om de bladzijden aan te geven die ze aan het
lezen was.
Een kamer ook met een klein luikje.
,,Ik ben bevoorrecht'' zei ze.
,,Als ik dit luikje open kan ik in de kapel kijken en heb ik uitzicht
op het kruis.''
Haar ogen straalden toen ze er naartoe liep om het mij te laten zien.
Ik mocht even met haar meekijken.
Door háár luikje!
Toen ik vijf dagen later kwam om haar mijn verhaal voor te lezen (ik
mocht het niet opsturen, ze
wilde persé dat ik het voorlas) had ze een bos bloemen voor me
geplukt in de kloostertuin.
Narcissen.
Ze stonden achter de stoel klaar, verstopt voor het moment waarop ze me
haar
dankbaarheid wilde tonen over zo een mooi artikel.
BIj wijze van verbondenheid leidde ze me door de tuin.
Langs goed onderhouden perkjes en nog kale rozenstruiken.
Langs het kleine kloosterlingenkerkhofje.
,,Hier kom ik te liggen'' zei ze.
,,Onder hoge bomen.''
Witte wolken dreven voorbij toen ik naar boven keek.
In de kruinen van de bomen zag ik voorzichtig het voorjaar ontluiken.
Éen boom was geveld.
Al een lange tijd geleden.
De stam was blijven liggen en de tijd had zijn invloed doen gelden.
,,Daar zit ik vaak'' zei ze.
,,Op die boomstam!''
,,Wat doet u daar dan?'' vroeg ik wat onbeholpen.
Wat ze toen antwoordde is het mooiste wat ik ooit in mijn leven heb
gehoord:
,,Lieve kind, hier luister ik naar de wind.''
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Boris en mijn
kleindochter

,,We gaan met de fiets'' beslis ik en mijn
kleindochter van vijf protesteert niet.
Sinds ze in groep 2 zit hoef ik haar niet meer achter op mijn
bagagedrager te tillen.
Ze klimt er zelf op.
Ze is tenslotte ook al vijf.
Het is zaterdagmiddag en ze verheugt zich al weken op haar logeerpartij
bij ons.
Vandaag is het zover.
En als je uitlogeren gaat, dat weet ze duvels goed, ga je leuke dingen
doen.
Dus ze mag zeggen wat ze eten wil, ze vindt een cadeau in haar bed en
we gaan
zwemmen.
Ik heb voor de gelegenheid de logeerkamer in prinsessenstijl ingericht,
maar ze slaapt liever tussen ons in in het grote bed.
Dat mag.
Maar eerst gaan we naar Poppentheater Petit aan de Korte Schermerdijk 3
in Alkmaar.
Het knusse theatertje voor kleine mensen is ingericht op een manier die
je onmiddelijk in de sfeer brengt: kleine bankjes voor de jongsten,
klapstoeltjes langs de wanden voor de meegekomen begeleiders, een
prachtige inrichting en
een heuse loge voor de jarige indien aanwezig.
Achter een doorzichtig glanzend gordijn wacht ons een fraai vormgegeven
winterlandschap.
Er vliegen sneeuwvlokjes door de lucht en de muziek is zacht en
verwachtingsvol.

Mijn kleindochter is zenuwachtig.
Ik zie het aan haar.
Zelf voel ik diezelfde afwachting en verwachting, dus we knijpen elkaar
maar eens stevig in de hand.
We zitten vlak bij elkaar en in het donker zullen we nog regelmatig
elkaars ogen zoeken.
Het verhaal dat door middel van stok-, hand- en sokpoppen wordt verteld
gaat over Boris, een kleine ondeugende ijsbeer die het heerlijk vindt
om sneeuwballen de zaal in te gooien en die zijn eigenwijsheid moet
bekopen met een nachtje buiten in de vrieskou. De grote boze donkere
sneeuwwolk maakt het hem moeilijk, maar het loopt allemaal goed af,
mede dankzij ijsbeermoeder Borinsja, Kiri het eskimomeisje en Tara de
sneeuwhaas.
Mijn kleindochter griezelt en geniet.
Dat ze na afloop zelf nog even de grote boze donkere sneeuwwolk mag
vasthouden doet haar al haar vrees vergeten.
Petra en Annemiek Kroone zijn er een kei in om de kinderen op hun gemak
te stellen.
Ze weten spanning op te bouwen maar die ook tot ontlading te brengen.
Verwondering en bewondering is wat blijft.
Mijn kleindochter heeft genoten.
Ik ook.
We komen terug.
En heel lang zal dat niet duren.
www.poppentheaterpetit.nl
Maar eerst gaan we morgen zwemmen.

Booschappenpakket
Akmaar - Ik heb er nog behoorlijk mijn best
voor moeten doen om
één volle spaarkaart te verdienen met boodschappen doen
bij Super de Boer. We hebben maar een klein gezin en ik ga nog wel eens
vreemd. Dat wil zeggen: ik doe ook nog wel eens ergens anders
boodschappen.
Boodschappen doen is niet mijn favoriete
hobby. Daarom haal ik altijd
veel in één keer.
Bij Super de Boer kreeg je in de afgelopen
periode zegeltjes bij je
boodschappen. Hollanders sparen graag. Ik dus ook.
Afgelopen week had ik mijn kaart vol en kon
ik mijn pakket ophalen. Een
hele sjouw.
Thuisgekomen overwoog ik of ik het pakket
voor mezelf zou houden, maar waarom zou ik dat doen.
Een goed doel bleek gauw gevonden: het
gezin van mijn schoonzoon.
Hij was er blij mee. Dat kon ik zo wel zien.
Ik vertelde hem hoe we dat vroeger altijd
aanpakten toen alle kids nog
thuiswoonden. Dan stalden we de producten uit op tafel en moest
er
steeds één naar de gang. Stiekem werd dan een
levensmiddel
weggegrist en degene op de gang moest dan raden welk product er weg was.
Dat was aanleiding voor grote hilariteit.
Mijn schoonzoon wilde dat spelletje ook wel
eens spelen.
Hij ging spontaan naar de gang.
Wij ritselden wat in de doos, verschoven
wat producten en lieten
één voedingsmiddel verdwijnen.
Laat 'ie dat nou meteen raden!!
Geen bal aan dus.
Hij terug naar de gang. Hij kreeg de smaak
te pakken.
Wij ook.
Dit keer duurde het wat langer voor hij met
een antwoord kwam maar ook de tweede keer raadde hij feilloos het
verdwenen artikel.
Toen was voor ons de lol eraf.
Alleen mijn schoonzoon vond het toen nog
leuk.
Zwanenliefde
Ze
zitten vredig langs de waterkant, twee spierwiitte zwanen. Niet
hevig verliefd zo te zien, maar wel zeer voldaan en tevreden. Zo oogt
het.
Ik
stap van mijn fiets en vis mijn fototoestel uit mijn tas. Mooie
momenten moet je vastleggen, is mijn overtuiging. Met gevaar voor eigen
leven bereik ik de kant waar vandaan ik ze het mooiste kan
fotograferen. ,,Ze hebben zeven jongen grootgebracht'' roept een man
die voorbij fietst.
Ik
staar hem sprakeloos na. Zeven jongen? Ik heb zelf drie kinderen een
handje mogen helpen bij het volwassen worden. Maar zeven? Dat moet een
hele klus geweest zijn.
Ik
schiet mijn plaatje en bekijk op het resultaat op de display van
mijn fototoestel.
Ik
maak er nog één.
,,Het
is echt waar'' vertelt de juffrouw van de bakker waar ik mijn
ongesneden volkorenbroodje afreken. ,,Vorige week zwommen er nog zeven
bijna volwassen zwanen om hen heen. Je kon niet eens meer zien wie nou
wie was. Maar ineens waren al die kinderen weg. Het gaat net als bij
mensen. Op een gegeven ogenblik blijf je weer met z'n tweeën over.
En als je er dan nog zo uitziet als deze zwanen, nou, dan mag je toch
niet klagen.''
Ik
schaam me een beetje dat ik vanochtend geen ogenschaduw op heb
gedaan. Geen tijd gehad.
Onderweg tover ik al fietsend mijn lippenstift
uit mijn tas.
Dat
'ie vervolgens uit mijn handen glipte en dat die auto
er overheen reed, dáár kon ík niks aan doen.
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
|