Mijn
man gaat op vakantie. Hij gaat skiën. In Zwitserland. Hij gaat met
een vriend en ze gaan met het vliegtuig. Ik heb er zojuist kennis van
genomen. Of ik blij ben? Natuurlijk ben ik blij. Vakantie is iets
voor heren. Dat heb ik mijn hele leven al gedacht en dat blijkt nu te
kloppen.
Heren
komen nooit iets te kort op vakantie. Als ik vergeten ben de
pyjama van mijn man in te pakken, dan slaapt hij zonder pyjama. En als
ik zijn zwembroek vergeten ben, dan zwemt hij in zijn onderbroek.
Makkelijk zat.
Bij
vrouwen gaat dat toch anders.
Als ik halverwege de heenreis tot de
ontdekking kom dat ik de verkeerde kleur lippenstift bij me heb, dan
moeten we terug.
,,We
gaan niet naar een achterlijk land'' pleegt mijn man dan te zeggen
,,dus je koopt maar een lippenstift zodra we aangekomen zijn op de
plaats van bestemming.''
Mijn
reis is dan al verpest en die hele vakantie hoeft ook niet meer.
Vakantiehuisjes
vallen altijd tegen en hotelkamers vind ik per
definitie horrorplekken. Als ik onder de douche wil, moet ik eerst in
bad stappen en dat vind ik al een crime. Eenmaal geinstalleerd kom ik
dan in mijn nakie tot de ontdekking dat de knop om de kraan naar de
douche te draaien vastgeroest zit.
En op mijn geschreeuw om hulp komt
dan nooit antwoord want mijn man is net even kijken of zijn auto goed
staat.
Juist
op het moment dat ik me in arre moede weer heb aangekleed stapt
hij weer binnen: ,,Oh kijk, dat doe je zo.''
Afgelopen
weekend waren we in Heerlen. De entree van het hotel was best
mooi. Ik had daar wel willen blijven. Eenmaal op zoek naar onze kamer
slaat de schrik me al om het hart. ,,Het lijkt net een
bejaardentehuis'' fluister ik tegen de rug van mijn man. Hij stapt
dapper al die gangen door terwijl ik er moedeloos achteraan sjok.
En
dan komt het moment waarop hij de kamerdeur opengooit en ik door de
grond zak: niet hier!!! Kunnen we nog weg?
Zo'n
twintig jaar geleden zal deze kamer 'chique' zijn bevonden, nu hik
ik aan tegen het donkerrode behang, de dikke gordijnen uit het jaar
nul, het sombere meubilair en het veel te platte kussen op het bed.
,,Prima
kamer toch?'' vraagt mijn man zonder dat het een echte vraag
is. ,,Wel ja'' roep ik dapper en gooi meteen de vitrage open.
We
kijken uit op een graslandje zonder zon, maar het zwembad is lekker
en het ontbijt is dat ook.
Godzijdank
hebben we heerlijke vrienden in Heerlen waarmee we
fantastische dagen beleven. We lopen een stuk langs het Geuldal.
Het
is prachtig.
En
we gaan naar Vaals, waar mijn ouders
een souvenirsstand hadden.
Ik heb er als jong meisje vele zomers
doorgebracht.
Het huisje waar we sliepen stond er nog.
Er
liggen heerlijke herinneringen daar en ik mijmer op
het terras van de Wilhelminatoren over mijn jeugd.
Mijn
man maakt een eind verderop foto's van onze vrienden.
Ondertussen
raak ik in gesprek met een andere terraszitter, een aardige
vent, een jaar of 45, zonnebril, glad koppie, motorjack.
Als
man en vrienden terugkomen hebben mijn gesprekspartner en ik net
afscheid van elkaar genomen.
,,Wat moest die man'' vraagt mijn man.
,,HIj
vond me wel leuk'' vertel ik.
,,Hij heeft een cabrio en is
rondjes aan het rijden door het Limburgse landschap. Hij vroeg of ik
met hem mee wilde.
Hij wacht op de parkeerplaats een kwartier op me.
Als ik er dan nog niet ben rijdt hij weg.''
Mijn
vrienden kijken me verschrikt aan.
,,Echt? En?''
Ik
lach naar mijn man.
,,Lieverd, ik slaap vannacht met jou in die rode
naargeestige kamer.
We doen gewoon vroeg het licht uit.''
************************************************************************************************