HOME


copyright
Jook van der Weijden





journalist, schrijver, columnist,
poëzie






logo
Ezeltje


Ik had gezworen dat het een ezeltje was.
In mijn herinnering zie ik het diertje in de wei staan achter een wat kneuterig en onbeholpen hekwerkje.
Mijn opa staat erbij en aait hem liefdevol over zijn kop.
Het ezeltje.

Maar nu ik de oude familiefilmpjes van weleer terugkijk kan ik niet anders dan vaststellen dat het een pony was.
Alsof dat niet al leuk genoeg was. 
Mijn opa, die ik wél goed op mijn netvlies heb staan, staat er inderdaad bij: bril, keurig gekleed, altijd in het pak, lange lichte regenjas er overheen, gleufhoed en (eeuwig) een sigaar in de mond.

Mijn zus heeft de amateuristisch opgenomen filmpjes van toen onlangs aan elkaar laten plakken en op dvd laten zetten.
Als ze dat niet had gedaan, dan had ik die beelden nooit meer teruggezien.
Dat zou ontzettend jammer zijn geweest want die beelden roepen herinneringen op aan een fantastische, met heel veel liefde omgeven en markante jeugd.



Mijn opa woonde bij ons in.
Hij was niemand tot last en ging graag zijn eigen gang.
Iedereen vond het heel gewoon dat hij er was.
Ik herinner mij dat hij soms met de trein naar Maastricht reed.
Daar keek hij dan wat rond, kocht er een ansichtkaart en een postzegel om aan ons te sturen, de thuisblijvers, en dan reisde hij weer terug.
Eenmaal terug in Weesp waar we woonden, kwam hij, en dat zal best maar één keer zijn geweest, tot de ontdekking dat hij de kaart vergeten was te posten.
Met een blij gemoed stapte hij dan de volgende dag weer op de trein om de kaart alsnog in Maastricht op de post te doen.
En niemand die dat vreemd vond.
Opa werd door ons op handen gedragen.

Mijn opa was in zijn werkzame leven wagenmaker.
Een goeie.
Ik ruik nog de houtkrullen waar ik een beetje doorheen mocht schoppen als we bij hem op bezoek waren.
Heerlijk vond ik dat.
Het rook zo heerlijk en je deed er niemand kwaad mee.

Mijn opa maakte houten wagens, maar ook handkarren, de houten bekleding op vrachtwagens en bakkerskisten.
Ik heb er nog zo één, zo'n bakkerskist.
Daaraan is te zien hoe ingenieus die dingen werden gemaakt.
Met afvoergeultjes zodat het regenwater niet bij het brood kon komen.
Later maakte hij voor onze kinderen een bolderwagen.
En houten speelgoed.
Wat hebben wij en onze kinderen dáár een plezier van gehad.

Om de waarheid geen geweld aan te doen verdient dit verhaal nog een toevoeging.
Opa woonde in de wintermaanden bij ons.
Maar in de zomermaanden verbleef hij op zijn residentie.
Dat 'landgoed' bestond uit een eenvoudig houten (tuin)huisje met een bed, een tafeltje met stoel en een aanrechtje.
Als je binnenstapte was rechts een raampje met een vensterbankje.
Om het huisje heen een stukje grond, direct langs de spoorbaan
Hilversum - Utrecht.
Nabij de Hollandse Rading om precies te zijn.
Dat tuinhuisje was niet van mijn opa, noch de grond.
Hij kreeg het in bruikleen van een verre neef.
Hoe 'ver' die neef was, weet ik eigenlijk niet.
Hij, mijn opa, was er in ieder geval vaak.
In de zomermaanden.



Het was daar dat hij mij leerde schieten.
Op een hoge paal legde hij een luciferdoosje neer en hij leerde me hoe ik dat ding er af kon schieten.
Ik vond het fascinerend en ik had talent.
Tenminste, dat vond mijn opa.
En hij kon het weten want hij had gediend in de Eerste Wereldoorlog.
Hedentendage probeer ik het kunstje nog wel eens uit op de kermis.
Met wisselend resultaat.



Uit die tijd, die Eerste Wereldoorlog, stamt waarschijnlijk ook zijn adoratie voor oorlogstuig in miniatuurformaat.
Soms trof ik hem aan op het Waterlooplein, waar hij zich met zijn handen op zijn rug stond te verbazen over de drukte om hem heen.
Bij de stands met miniaturen bleef hij steevast staan en soms kocht hij iets dat hem raakte.
In zijn tuinhuisje trof je dan die spullen aan.
Of hij ze poetste weet ik niet.
Maar dat zal wel, want ze glommen.
Altijd.
En iemand in dienst om die spullen te poetsen, daar was geen sprake van.
Of het moet die militair zijn geweest die dag in dag uit, jaar in, jaar uit, in weer en wind post hield voor het tuinhuisje van mijn opa.

Ik geef toe: ik vond het een beetje eng, die militair in zijn wachtershuisje.
Het was een etalagepop. Dat weet ik ook wel.
Maar hij zag er angstig echt uit.
Hij droeg een militair uniform.
Met insignes.
En hij stond daar maar.
Doodstil.
Ik durfde er nauwelijks langs.

Waar die spullen van opa zijn gebleven na zijn overlijden: ik heb geen idee.
Wel weet ik dat ik nu die militair in zijn wachtershuisje gewoon bij mij voor de deur zou zetten.
Bij wijze van eerbetoon.
Maar ook omdat mijn kleinkinderen dat prachtig hadden gevonden.
En anders ik wel.

Naschrift:
Ik had tóch gelijk!!!!!
Dat zegt mijn zus.
,,Dat fimpje dat je zag is opgenomen bij de buren'' vertelde ze.
,,Zelfde omgeving maar een stukkie verderop.
Dáár hadden ze inderdaad een pony.
Maar de pony van opa was wel degelijk een ezel!''

Ik blij.
Nu hoef ik toch niet mee te doen aan de geheugentraining van Omroep Max.
Je had me geen groter plezier kunnen doen!!
      





HOME






































































































ter