We behoren sinds kort tot de Ikea-Family.
Dat komt.
We hebben een Billy.
Ach kom, laat ik eerlijk zijn: we hebben drie Billy's!
Mijn man heeft ze in elkaar gezet.
Dat is niet moeilijk.
Als je de ruimte hebt.
Maar die ruimte hadden wij niet.
Mijn man heeft drie Billy's in elkaar gezet in een veel te klein kamertje.
Dat moest, anders hadden ze niet door de deur gekund.
Ik heb met ingetrokken teennagels en mijn gat op de vensterbank, mijn
rug tegen het (koude) raam gedrukt, toe zitten kijken hoe mijn man
gesoigneerd de held uithing.
Hij wist raad met schroevies, plankjes en spijkertjes.
Nee, niet meteen bij de eerste.
Die eerste is dan ook een beetje scheef.
Dat wil zeggen: het achterschot zit er scheef in.
Maar met de boeken ervoor zie je er niets van.
De Billy's die volgden waren een schoner lot beschoren.
Ze staan als een huis en ik kan er al mijn spullen in kwijt.
Ik heb veel spullen.
Veel te veel.
Oude salarisstroken, oude nota's van eerdere aankopen, oude
declaratieformulieren, oude garantiebewijzen van producten die allang
zijn bezweken.
En dat alles keurig opgeborgen in al even oude, frommelige, grijze en dus saaie ordners.
Daar moest verandering in komen.
Vond ik zelf.
,,Hoe lang moet je die oude belastingpapieren eigenlijk bewaren?'' vroeg ik aan mijn man.
,,Gooi alles van vòòr 2000 maar weg'' zei mijn man.
Ik trapte daar aanvankelijk in.
Tot ik besefte dat het jaar 2000 ook alweer 10 jaar geleden is!
Zo snel gaat het dus.
,,Kunnen we nog één keer naar de Ikea'' vraag ik mijn man.
,,Ik wil een eenvoudig bureautje, zodat ik er lekker bij kan gaan
zitten als ik al die oude paparassen aan het doorscheuren ben.''
Mijn man vond de Zweedse balletjes van de vorige keer niet zo geweldig.
Hij eet liever groen.
Dus eigenlijk wil hij deze keer niet mee.
Maar we gaan toch.
Zo zijn vrouwen.
Ik kies een bureau dat geen bureau is.
Poten van glanzend staal en een blad van zwart gehard glas.
,,Ik wil glamour'' zeg ik tegen mijn man.
,,Het moet flitsen!''
,,Dat doet het vanzelf als je er straks je bureaulamp met letverlichting opzet'' zegt mijn man.
Ik ben niet te vermurwen.
We zoeken de poten en het onderstel uit in het Ikea-magazijn.
We hebben de halflauwe frieten en de zalm (lekker) dan al op.
,,Wil jij er koffie bij?'' vraagt mijn man.
Ik hunker naar een neut.
Maar de koffie is (met dank aan onze family-kaart) gratis en een neut is niet te krijgen.
,,Graag'' roep ik dus.
,,Een tweede kopje?''
Het blitse bureaublad moet je afrekenen aan de kassa zonder dat je het hebt gezien.
Aan de service-balie halen ze het dan voor je op.
Uit een geheim magazijn.
Waar wij, stervelingen, niet mogen komen.
De jongeman die ermee aan komt zeulen vertrekt geen spier.
Dat doen wij wel als we het gevaarte op onze kar proberen te krijgen.
Bij de balie 'transport' staat niemand.
,,Doen!'' voeg ik mijn man toe.
,,U bent niet aan de beurt. U moet een nummertje trekken'' wijst de baliemedewerker ons terecht.
We wachten.
Op een zwartleren bank waarvan ik weet dat ik er straks niet uit zal kunnen komen zodra ons nummer wordt afgeroepen.
Het bureau komt zonder brokken thuis.
We hebben nog hard naar huis moeten rijden om het transportauto'tje voor te blijven.
Opnieuw met een gezicht alsof er niets aan de hand is zet de transporteur het tafelblad bij ons in de hal.
Onze smekende blik 'Hij moet naar boven' valt de vervoerder niet op.
Voor we het weten is hij weg.
,,Als jij hem van onderen pakt, dan hou ik hem recht'' zegt mijn man.
Ik druk mijn dubbelzinnige gedachten naar de achtergrond en beloof
mezelf dat die glasplaat boven komt, al moet ik het in mijn eentje doen!
Vraag niet wat er op die trap gebeurd is.
Er zijn wat woorden gevallen.
Ja.
Erg?
Nee.
Want sinds enige uren staat mijn bureau op mijn eigen nieuwe werkkamertje mooi te wezen.
Het blitst en glimt en ik voel me jaren jonger.
Ondanks de verrekte dwarshalsspier in mijn nek.
Ik beweeg een beetje moeilijk.
Maar ik kan wel aan mijn bureau zitten.
Alwaar ik nu al een paar uur druk doende ben met spons en zeem om het zwarte glas vingervrij te houden.
Waar een mens al niet druk mee kan wezen.