U bevindt
zich op de
pagina
Het gaat over niks

Als je denkt
dat je er morgen om kunt
lachen
lach er dan vandaag alvast
maar om
|

|
Het gaat over niks
De vrouw waar ik naar kijk
draagt een groene rok. Haar benen steken bloot en wit in opengewerkte
schoenen. Hoe zou haar leven eruit zien? Is ze verliefd? Boos? Een
cliënte van GGZ? Verheugt ze zich?
Wat zijn haar hobby’s. Heeft
ze kinderen? Waar gaat ze naar toe!
In de ruit van lijn 9
bestudeer ik haar gezicht. Melancholie ontwaar ik. Weemoed. Is ze
verdrietig?
Halverwege de veertig schat
ik haar. Een warm mens met een ingetogen blik. Haar openvallende bloes
verraadt een witte bh met een kantje.
Ze heeft voorzichtige
kraaienpootjes bij haar ogen, een kleine frons tussen haar fraai
gebogen wenkbrauwen en lachrimpeltjes die sinds lang buiten bedrijf
zijn.
Mijn telefoon gaat.
Als ik iets asociaal vind dan
is het een telefoon die afgaat in een volle tram.
De gesprekken gaan in 100 van
de 100 gevallen over niks en daar mogen de medereizigers ongevraagd van
meegenieten zonder de mogelijkheid te hebben de geluidssterkte terug te
draaien, laat staan om het gesprek af te breken. ,,Waar zit jij?’’
,,Jaja, hier regent het ook!’’ ,,Heb je die schoenen gisteren nog
gekocht?’’ ,,Ja, zie je zo!’’
Ik druk gehaast het gesprek
weg dat voor mij is bestemd maar zie nog net dat het de
schoonheidssalon is waarnaar ik op weg ben. Mijn met rasse schreden
ouderwordende vel is hard aan een opknapbeurtje toe. Peeling, masker,
epileren, massage. En even gewoon zorgeloos liggen op een met witte
handdoeken bedekte relaxstoel. Ergens vandaan klinkt ontspannende
muziek. Ik doe er een moord voor.
Ik ben een mens die eindeloos
gaat zitten filosoferen wat dat telefoontje me had willen zeggen. Zou
de schoonheidsspecialiste de afspraak alsnog willen afzeggen? Is ze
ziek? Zwanger? Staat de zaak in brand?
Ik bel terug. Hoe vervelend
ik dat ook vind voor de mensen die om me heen zitten.
In gesprek.
De trambestuurder tringelt
luidt omdat er een auto op de baan staat.
Ik bel opnieuw.
In gesprek.
Mijn batterijen zijn bijna
op.
De vrouw in de groene rok
ziet mijn wanhoop en lacht me zowaar toe. Het komt wel goed, lijkt ze
te willen zeggen. Waarna ze zich weer terugtrekt in haar eigen wereld,
ver van die van mij.
,,Met Beauty Beauthé’’
hoor ik dan toch aan de andere kant van de lijn. ,,Oh’’ zeg ik,
geschrokken van de stem die ik eigenlijk al niet meer had verwacht.
,,Je had mij gebeld?’’
,,Ja, ik had een half uurtje
eerder al plek voor je. Ben je in de buurt, dan kunnen we meteenaan de
slag!’’
Zóveel hoeft er nou
ook weer niet te gebeuren, denk ik beledigd maar ik zeg toch dat ik er
over vijf minuten uiterlijk al kan zijn.
Ik ga alvast maar bij de
uitgang staan.
De volgende halte moet ik er
uit.
|
|
|