Welkom
op de
website
van
Joke van der Weijden
pagina:
Amsterdam
met herinneringen
uit een grijs verleden
en ervaringen van vandaag

|

|

De Amsterdamsche Huishoudschool
In uniform liepen we.
Een blauw jurkje met daarover heen een wit verpleegstersschort.
Zo toegetakeld kregen we ingepeperd dat we dienstbaar moesten zijn.
De Amsterdamse Huishoudschool had een naam op te houden.
Er heerste een streng regime.
Ik was er ter voorbereiding op mijn leraressenopleiding.
Daaraan voorafgaand diende je de vormingsklas doorlopen te hebben.
Eenmaal afgestudeerd zou ik naaldvakken zijn gaan doceren.
De beroepentest had dat voor me bepaald.
Eigenlijk wist ik toen al dat ik beter was met pen en papier dan met
naald en draad.
Zeventien was ik.
We waren allemaal zo'n jaar of zeventien.
Provinciaaltje in de grote stad.
Wist ik veel!

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

SCHOENEN EN SCHAAMTE
Mijn vader kon er geen
genoeg van krijgen.
Als we met de auto
langs het Waterlooplein reden (dat kon toen nog) dan
zagen we steevast hele bergen schoenen liggen.
Duizenden paren, alles
door elkaar, niet op kleur, niet op maat en
alleen losse
stuks.
Je zag mensen soms
uren in zo'n berg graven op zoek naar de bijpassende
schoen.
,,Zoek jij ook maar
een paar uit'' zei mijn vader dan scheutig.
Ik kon daar niet om
lachen.
Ik schaamde me rot.
Wat was ik, een jaar
of 10 ?
Sindsdien heb ik een
hekel aan schoenen én mis ik mijn vader die
de Amsterdamse humor door zijn aderen had stromen.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Amsterdamse woorden

Veel echt Amsterdamse woorden komen uit het Joods (Jiddisch) maar niet
alle. Ook worden veel uitdrukkingen in andere steden gebruikt.
Een aantal nog veel voorkomende en bekende woorden en uitdrukkingen
hebben we hier even op een rijtje gezet.
Aggenebbis: waardeloos, slechte kwaliteit
Afnokken en aftaaien: weggaan
Attenoje: mijn god! (uitspreken als vorm van verbazing)
Bakkie leut: kopje koffie
Bargoens: dieventaal
Barrel: gammel (voertuig of mens, kan allebei!)
Dikke tampeloeris ken je krijge: ik denk er niet over!
Dokken of afkomen: betalen
Fikken: vingers
Gabber: vriend
Gajes of geteisem: gepeupel
Gallemieze: platzak, armlastig
Gallish van worden: onpasselijk worden
Gok: neus
Gotspe: brutaal, tegen de draad in
Haar in de zaak: vrouwen in aantocht!
Haarlemmerdijkie: flauwekul, inde maling nemen
Hassebassie: borreltje
Jajem, hassiebassie en pikketanesie: jenever
Jatten: stelen
Jofel: toffe peer
Jouker: te gek (negatief bedoeld zoals te duur of absurd)
Kanen: eten
Kapsoneslijer: hoog in de bol
Kappen of nokken: ophouden
Kassie wijle: dood
Kinnesinne: afgunstig, jaloers
Kopstoot: borrel met een pilsje
Krentenkakker: gierigaard
Lappen: gezamelijk iets betalen
Lazerus: dronken
Los maken: laatste artikel (ver) kopen
Luizebos: een rotzak
Majem: regen (gracht, water)
Matten: vechten
Mazzel: geluk
Mesjogge en gesjeesd: gek
Mierenneuker: let op kleinigheden
Mischmagger: gluiperd
Mokkel: meisje
Mokum: Amsterdam
Noppes: voor niets
Ome Jan: bank van lening
Patjepeeër: poenerig type
Penoze: onderwereld
Pingelen of afdingen: iets van de prijs afhalen
Pieneut: de klos
Ponem of porem: gezicht
Ratsmodee: duivel, bliksem
Raudouwer: doordrammer
Sam sam: eerlijk delen
Schlemiel: arme sukkel
Schnabbel: klusje, snelle verdienste
Sjoege: kennis van iets hebben
Sjoemelen: beduvelen, misleiden
Sores: problemen
Spatsies: kapsones, druktemaker
Smeris, juut of rus: politieagent
Stennis: stampij, herrie maken
Stille: agent in burger
Sodemieter: oprotten of pak slaag
Tinnef: troep, slechte handel
Vernachelen: verprutsen of in de maling nemen
Versjteren: verzieken
Zeperd: pech, verlies
Zwijnen: geluk hebben

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
|
|
|