SCHRIJF !! Het was Christine de Vries uit Alkmaar die het 'dagboekschrijven' een nieuwe impuls gaf.
Ze verzon opdrachten en gaf haar cursisten de volgende tips
om erachter te komen wat ze nou eigenlijk wilden zeggen.
Schrijf zo snel als je kunt zonder erbij na te denken.
Bepaal hoelang je wil schrijven en haal je pen niet van het papier voor de tijd om is. Ontdek tijdens het schrijven wat je wil verwoorden. Schrijf in beeldende details. Benoem jouw waarheid. Ga tijdens het schrijven niet corrigeren. Schrijf vanuit je hart en laat je zintuigen spreken.
Een foto, een deel van een zin, een gedachte of iets wat je ziet
kunnen aanleiding zijn om te schrijven.
Je neemt een onbezorgde kiek van je kleinkind.
En je schrijft...........
FIETSTOCHT VOOR DE KOORKAS
Dat je bij een koor
alleen kunt zingen is een fabeltje!
Geloof de mensen niet die dat zeggen!
Pimp- en swingkoor Wilde Haver waagde
zich zaterdag 12 juni op de fiets om sponsorgeld binnen te halen van de
Rabobank.
Sponsorgeld dat bestemd is voor het koor.
Dat dan weer wel.
Menigeen zal zich afvragen of het er
gedisciplineerd aan toe ging.
Nee dus.
Want we maakten wat mee...................
Oke, de start verliep uitstekend.
We waren met een flinke afvaardiging en
dat geeft de burger moed.
Alhoewel: niet iedereen had echte zin.
Neem de zoon van Richtje.
Hij moest vroeg zijn bed uit van zijn
moeder.
En dat beviel hem maar matig.
We fietsten richting Oterleek en dat is
normaliter heel gemakkelijk.
Mits men de weg weet.
En natuurlijk reden we verkeerd!
Hoe dan ook: de eerste stempelpost werd
gehaald maar koffie drinken mochten we niet.
Terwijl iedereen al op apegapen lag!!
Gelukkig bood meneer de chinees (Coen Lam) van
restaurant Libelle in Hhw uitkomst.
Hij zette speciaal voor ons de koffiepot
aan!!
Peter belde onze penningmeester, gooide,
zonder overleg met zijn meefietsende bestuursleden,
al zijn charme in de strijd en kreeg het
voor elkaar dat Nelly de koffie betaalt.
Kijk, zo gaat dat dan.
Hierboven zie je Peter die hier nog een
schone trui heeft.
Want het kan raar lopen, maar als je wat
ouder wordt raak je toch de controle over sommige lichaamsfuncties
kwijt.
Dan loopt de koffie
zomaar in je nek in plaats van in je mond.
Godallemachtig, wat baalde die man!
Dat gebeurde allemaal bij de Gouden
Engel, een prachtige nieuwopgebouwde molen aan het Kanaal in Koedijk.
Wil, die zich ontpopt had als ons
administratief brein regelde de stempelkaarten en dus ook de
koffiebonnen.
Als dank voor bewezen diensten mocht ze
even meevaren in ons schuitjevarentheetjedrinken-gelegenheidsbootje.
Waarna ze ons op chocola trakteerde. Want
ja, je moet wat over hebben voor je vriendschappen.
De koorleden met de minst zere billen
bewonderden de molen ook van binnen
maar we moesten al gauw weer op de fiets.
Maar dat gebeurde pas toen de zoon van
Richtje ons duidelijk had gemaakt dat je het als jonge man
wel dient te leren op een oude fiets,
maar dat dat toch een lastig karwei is als het een fiets is met twee
lekke banden.
Waarna de jongeling uiteraard bij onze
voorzitter op het matje moest komen voor een kort maar kernachtig
mannen-onder-elkaar-onderhoud.
We togen weer op de fiets en kwamen een
man tegen, niet Johnny met z'n rooie gitaar maar wel Ton met een rooie brommert!
Ton!!
Wij vrouwen vielen als een blok voor hem!
Maar ja, alleen Regina mocht achterop:
gelukkig in de liefde en nu ook in het spel
want Ton won zijn rooie scooter met zijn
deelname aan de Alkmaarse badeendjesrace.
Nee nee, we raakten niet jaloers maar een
ieder van ons at z'n frustratie weg met een croissant of/en een
krentenbol waarmee Tineke ons op stond te wachten. Die Tien is van goud!!
Op de fiets weer!
De route was mooi en groen en naarmate de
kilometertjes vorderden werd het steeds mooier weer.
We haalden de eindstreep en de Rabobank
was tevreden. Wij ook.
Niet alleen was het enorm gezellig, was
het onvoorstelbaar sportief van ons maar we hebben de kas maar mooi
gespekt met 300 euri!!
Moe maar voldaan keerden we huiswaarts.
Waar Ton al op zijn Regina wachtte met de
koffie.
Want ja, hij was het eerst thuis.
Hij was op de brommert!
JvdW
Pimp- en swingkoor Wilde Haver
repeteert iedere dinsdagavond
in Wijkcentrum Overdie
Ruusbroechof 97
in Alkmaar
aanvang: 19.45 uur
Weet je nog
van die queenies?
Dat hakje was niet hoger dan een centimeter of drie.
Gisteren kocht ik schoenen met stiletto-hakken.
Of ik erop kan lopen?
Nee natuurlijk!
Wat een stomme vraag!!
klik op bovenstaand plaatje.
Mokumse
Mokkels
Als je na een bezoek
aan de Mokumse Mokkels ineens denkt dat het Pasen is, ja, dan is er
kennelijk wel iets met je gebeurd.
Maar wat?? LEES HIER MAAR VERDER
>>>>>>>>>>>
Of klik op onderstaande foto:
THUIS
Ze hebben mijn ouderlijk huis gesloopt.
Stenen kun je van elkaar afhalen, dacht ik strijdvaardig.
Maar mijn herinneringen zijn eeuwig........... LEES HIER VERDER
>>>>>>>>>>>>>>>
Afscheid van een vriend
Het is net een film.
Een Franse film.
Ik kon niet ophouden dat te denken......... Lees hier verder
>>>>>
Ezeltje
Ik had gezworen dat het een
ezeltje was.
Maar het bewijs ligt er: het was een pony!
Teleurgesteld?
Geenszins.
Want met die oude filmpjes, dat bewijsmateriaal van hoe het werkelijk
was, komt er iets moois naar boven. LEES HIER VERDER
>>>>>>>>
Symposium Ze had haar
symposium de titel meegegeven: Het meervoud
van lef is leven.
Lezingen waren er ondermeer van acteur Peter Faber, van pastor Fons
Captijn, van verhalenverteller Willem de Ridder, van boekenschrijfster
Annemarie Postma, Newton-aanhanger Geert Kimpen en levenskunstenaar
René Kes.
Maar de aller-allermooiste bijdrage kwam van Carmen de Haan zelf.
Haar vertelling werd begeleid door een harpiste.
Hoofdpersoon is prinses Sophie, de jongste dochter van de koning.
Sophie stelt als klein meisje de vragen die elk klein meisje, elk klein
jongetje stelt: waarom, mamma, waarom.
Als Sophie haar 21ste verjaardag viert weet ze maar
één ding te vragen: het antwoord op al haar
vragen.
,,Dat kan ik je niet geven'' zei haar vader de koning.
,,Maar ik geef je een gouden boekje. En een paard. Trek de wijde wereld
in en probeer zo het antwoord te vinden op al je vragen.''
Sophie begint blij aan haar reis.
Ze ontmoet een veerman die haar naar de overkant van de rivier brengt,
ze klopt aan bij een klooster, ze belandt in een herberg, ze komt een
kluizenaar tegen en overal waar ze komt stelt ze opnieuw dezelfde
vraag:
waar vind ik het antwoord op al mijn vragen.
Maar niemand kan haar helpen.
Ze trouwt met haar geliefde, maakt deel uit van de verwezenlijking van
zijn droom om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het niet
háár droom is en dat ze haar eigen hart
moet volgen
om het antwoord op alle vragen te vinden.
Paleis van de Weemoed
Amsterdam A lazy sunday afternoon
Niet achterom kijken'' sis ik mijn vriendin in haar oor.
,,Achter je zit een man die bij zijn vrouw de haren uit haar
kin trekt!''
Mijn vriendin draait zich onmiddellijk om en kijkt in de
goede richting.
,,Ze heeft jouw truitje aan!'' zegt ze nuchter.
Ik ga dood.
,,Wat doe je, oma?''
De vraag komt van mijn kleinzoon.
Hij is vijf.
,,Ik zing, lieverd'' leg ik uit. ,,Waarom,
oma?''
,,Oma heeft vandaag een optreden!''
,,Een optreden, oma. Wat is dat?''
,,Dan ga ik zingen voor andere mensen, lieverd.''
,,Waarom, oma.''
,,Omdat ik denk dat dat leuk is, lieverd.''
,,Waarom denk je dat, oma.''
,,Zou jij niet even beneden willen kijken waar opa is?''
Sensitief Wie
sensitief is kan huilen omdat vogeltjes het verdommen om van je zojuist
opgehangen vetbol te eten.
Dingen komen zó hard binnen dat je overal wel een drama van
kunt maken.
Huilen om niks.
Huilen om alles.
Ik ben niet sensitief.
Ik ben wel gevoelig.
Dat zal ik niet ontkennen.
Maar sensitief?
Nee!
We
behoren sinds kort tot de Ikea-Family.
Dat komt.
We hebben een Billy.
Ach kom, laat ik eerlijk zijn: we hebben drie Billy's!!
Mijn man heeft ze in elkaar gezet.
Dat is niet moeilijk.
Als je de ruimte hebt......... Lees verder >>
Maastricht! ,,Tsjezus'' zei ik. Hoe
het kon kon het, maar we bevonden ons in een niet gedroomde bussluis.
We zaten klem. Vóór een onneembaar
obstakel, àchter ons toeterde een
harmonicabus die bovendien al enige tijd met zijn grote lichten in onze
nek knipperde............. Lees verder >>
De
omschakeling
Dat
ik overschakelde van mijn eigen aloude vertrouwde
energiemaatschappij naar een goedkopere vond ik, als ik eerlijk ben, op
z'n zachtst gezegd gênant, ook al had ik de omschakeling zelf
op
mijn geweten.
Maar
ik wou geen dief zijn van mijn eigen portemonnee en daarom schaarde ik
me in een golf van verstandsverbijstering achter Frans Bauer die zich
voor veel geld had laten in(lees om)kopen door de Eerste Nederlandse
Energie Maatschappij.
Niet
dat ik enig moment het idee had dat Frans verstand van zaken had in
deze branche. Maar ja, dat meisje tegenover hem had dat misschien wel.
Inmiddels
twijfel ik ook aan haar integriteit in deze. Maar dit terzijde.
Ze waren
blij met me toen ik me aanmeldde.
Ze haalden
me met gejuich binnen. Dat wil zeggen: er werd me een formulier
toegestuurd dat ik moest invullen.
Nou
is de redenering misschien voor anderen niet erg logisch, maar ik had
onmiddellijk het gevoel dat ik weer meetelde in het spel dat leven heet.
Dat komt
zo.
Mijn man is
met pensioen.
Sinds een
maand of wat.
Dat is niet
erg.
Het
betekent dat je op maandagochtend als het regent niet om half 8 uit je
bed moet om naar je werk te gaan. Terwijl je aan het eind van de maand
toch je salaris krijgt. Pardon: pensioen.
Hoe dan
ook: toen ik dat invulformulier onder mijn ogen kreeg wilde
ik me laten gelden. Niets menselijks is mij vreemd.
Dus ik
schreef naar waarheid achter het bevel naam: dr. en dan de voorletter
van mijn man gevolgd door zijn achternaam.
Als een
titel dan op geen enkele plek meer een garantie is voor status, dan
maar zo.
Het
duurde ruim een week voor de bevestiging op onze deurmat viel: vanaf de
eerste van de volgende maand werd ons stroom getapt uit een ander
vaatje, zo beloofde de folder ons vol overtuiging.
Alleen.
Onze naam bleek niet te kloppen.
Welkom
meneer D punt R punt H punt .................. stond er bij wijze van
initialen.
Ik dacht:
hùhhhh???
Wij heten
toch alleen H?
Bij vragen
mocht je bellen, zo stond er onder de brief.
En dat deed
ik.
Bellen.
En wachten.
Al met al
duurde het zeventien en een halve minuut voor ik aan de beurt was.
De
vriendelijke telefoniste noemde haar naam en vroeg waarmee ze me van
dienst kon zijn.
Wel, zo
begon ik. Onze naam staat verkeerd boven de brief die we hebben
gekregen. We heten geen D.R.H., we heten alleen H.
Hoezo?
beantwoordde de juffrouw mijn vraag met een tegenvraag.
En als ik
ergens een hekel aan heb, dan is het aan vragen als antwoord op een
vraag.
Hoezo?
kaats ik terug. Er valt niets uit te leggen. We heten alleen H.
Aha, zegt
ze. U heet H.
Ja, zeg ik.
Ook geen A.H. Het is alleen maar een H.
De stilte
die volgt is enorm.
Ze moet er
over nadenken.
Dus er moet
nog een A voor?
Nee nee,
roep ik. Geen A, maar ook geen D en ook geen R.
Tenzij u er
een hoofdletter D en een kleine letter r van wilt maken.
Die D en
die r staan voor een doktorstitel.
Mijn man is
gepromoveerd.
De
verbijstering aan de andere kant van de lijn moet groot zijn want er is
opnieuw niets anders hoor- en voelbaar dan stilte.
Ik
snap dat ik niet word begrepen en in een fractie van een seconde dringt
het onomkeerbare feit tot mij door dat ik ook nooit begrepen zal
worden.
Niet door
deze telefoniste.
Als
u die letters schrapt, dan laat u die H staan en dan is er verder niets
aan de hand, improviseer ik mijn versgebakken nieuwe inzicht.
Maar dat
gaat haar te vlug.
Wat is het
nu dat u wil?
Ik zie
mezelf in gedachten al aanschuiven bij Annette Hertzberg van Radar.
Hoe vaak
heeft u het geprobeerd om uw zaak duidelijk te maken?
Laar maar,
zeg ik uiteindelijk.
De moed
opgeven kost me moeite maar als je voor een onveranderbaar feit wordt
geplaatst, zit er niks anders op.
Ik zal
kijken wat ik voor u kan doen, zegt de stem die deze regel vast op een
blaadje voor zich heeft liggen.
Een kwestie
van zeggen dat de Klant Koning is.
Altijd!
Ik wacht nu
op de eerste afrekening die komen gaat.
Als de
juiste naam er niet boven staat zal hij voor een ander bedoeld zijn.
En dan
stuur ik hem terug.
Wie was dat
ook alweer die zei dat elk probleem een uitdaging is?
NEP Ik twijfel. Nee,
niet altijd en zeker niet overal aan. Zet
mij in een banketbakkerswinkel en ik weet precies wat ik wil. In deze tijd van het
jaar, met regen tegen de ruiten en stormen die de laatste blaadjes van
de bomen rukken, is dat niet moeilijk: speculaas met amandeltjes,
taartjes van stoofpeertjes (nu niet meteen bàh roepen want
ze
zijn overheerlijk zalig!!!!!) en goedgevuld krentenbrood met
spijs. Niets
mis mee. Waar
ik over twijfel is het volgende. Het
zit zo. Wij
hebben thuis een open haard. Een
echte! Zo'n
open haard waarin je een echt vuurtje kan stoken. Van
echt hout en met echte vlammen. Tot
zover is er niets aan de hand.
Veel
kennissen van ons hebben hun openhaard inmiddels, handig en
makkelijk want ja...een jaartje ouder en dan hebje niet zo'n zin meer
in 'dat gedoe', laten voorzien van een gasinzet. Het
wordt alleen al. Ik
word er kriebelig van. Maar
laten we wel wezen: het heeft toch invloed op je. Vooral
nu ze vrijwel allemáál zijn bezweken voor nep. En
toen dacht ik: ook
wij worden een dagje ouder en gemak dient de mens. Nietwaar? Toch
maar een gasinzetje dan? Om de
dooie dood niet!
Gelukkig
weet de commercie ook van lui zoals ik. En
daar hebben ze dus iets op gevonden. Het
haardblok! Eureka! Het
ding stinkt niet, je hoeft niet te hakken, niet te sjouwen, het
brandt 2 uur onafgebroken met flakkerende vlammetjes en het is
léuk!!
Klaar
toch, zou je zeggen. Maar
nee. Een
mens is nu eenmaal op de wereld gezet om voor- en nadelen tegen elkaar
af te wegen. Zo
stond ik afgelopen week bij mijn favorieke tuincentrum. Ik
doe het, dacht ik toen ik langs de schappen met haardblokken liep. Dus
ik gooide stijlvol, want je moet vooral elegant blijven als je ouder
wordt, een zak van 4 haardblokken in mijn karretje. Klaar. Jaja,
had je gedacht! Ik
loop verder en zie veel leukere haardblokken! Leukere
haardblokken. Bestaat dat? Ja,
dat bestaat! Ik
bekijk de Fire Up haardblokken nog een keer die in mijn karretje liggen
maar nu met grotere interesse. Wat
is het verschil? En
vooral: waarom ogen de haardblokken van Fire Up ineens veel 'koeler'
dan die ik hier van Sierra Nevada zie liggen?
Sierra
Nevada. De
naam alleen al! Zwoel!
Romantiek! Knappend houtvuur! En
dan de verpakking: warm, sfeervol, goed gezelschap, rode wijn,
appeltaart, authentiek, behaaglijk, gitaarmuziek, verlangen, cowboy,
wilde paarden over de savanne.
Het
prijsverschil is 3 euro. Pffft. Wat
nu? Thuisgekomen
vertel ik mijn man van mijn dilema. Wat
zou jij hebben gedaan? ,,De
goedkoopste'' zegt hij zonder zich ook maar een moment te bedenken.
Tsja.
Nu
nog even een geschikt moment vinden om de haardblokken van mijn keuze
uit de achterklep van mijn auto te halen........
Drie deuren Je
hebt deuren en je hebt deuren. Hoe
ze er ook uitzien, ik ben gek op deuren. Ik
vind het een geweldige uitvinding en de uitvinder verdient wat mij
betreft een standbeeld.
Deuren
zijn afsluitbare openingen in de muur of in een omheining. De
inperking wordt doorbroken door een deur. Zo'n
deur, met scharnieren en een deurkruk, geeft je toegang tot de
buitenwereld. Of de
binnenwereld uiteraard. Het
hangt er maar vanaf waar je staat.
Met
een muur creëer je een (onneembare) vesting. Neem
de Berlijnse muur. Je
kunt er niet doorheen (tenzij je een spook bent) en je kunt er
onmogelijk overheen, want prikkeldraad en schietklare idioten die elke
poging om de muur te beslechten beantwoorden met een regen van kogels. Maar
dat was. Gelukkig
is die tijd voorbij. Natuurlijk. Je
kunt een tunnel graven. Maar
aan die mogelijkheid ga ik nu even voorbij. Een
mens is geen mol.
Elke
dinsdagavond ga ik door een deur waarvan ik blij ben dat 'ie er is. Achter
die deur bevinden zich drie andere deuren. Je
kunt je de vraag stellen: waarom eerst door één
deur
om vervolgens geconfronteerd te worden met nog eens drie deuren. Maar
juist aan die achterliggende gedachte, de keuzemogelijkheid
waarvoor je gesteld wordt, ontleent dit verhaal zijn duidelijkheid.
Eén
deur. Je
gaat er door of je gaat er niet door. De
keuze is aan jou. Zoals
gezegd: ik beslis iedere dinsdagavond dat ik door die deur ga. Niet
met plezier maar uit pure noodzaak. Menselijke
behoefte. Om
mezelf vervolgens af te vragen: welke
deur neem ik nu?
Elke
dinsdagavond houd ik even halt om mezelf die vraag te stellen. Dat
gebeurt onwillekeurig. En
het went nooit. Stel. Je
staat voor drie identieke deuren. Welke
neem je? Wat
tref je aan achter elke deur? Waar
leidt opening toe? En
hoe weet je of je de juiste keuze hebt gemaakt?
De
middelste, zullen sommigen uitroepen. Terwijl
een ander zegt: Nee,
ik neem altijd de meest rechtse. Of
juist de linker deur. Een
ieder heeft zo zijn eigen voorkeur cq achterliggende redenatie. Toch
zal het vaak intuïtie zijn waarmee de keuze wordt gemaakt. En
over die intuïtie wil ik het hier wel even hebben. Hoe
dan ook: ik wil altijd de deur waarachter het minst 'gezeten' is.
Ik
kies vaak voor de middelste deur en ik maak die keuze op gevoel. Mijn
gevoel zegt me dat de middelste deur waarschijnlijk de meest
favoriete deur is en dat staat me dan ook weer meteen heel erg tegen. Mensen
maken het zich graag moeilijk.
De
rechterdeur is een goed alternatief voor de middelste deur. Hij
zit het dichtst bij de deur waardoor we eerder naar binnen gingen en
die in direct contact staat met de gang. Je
weet wat je hebt en je weet niet wat je krijgt. Maar
juist omdat ik denk dat heel veel mensen zo denken sta ik toch weer
even in dubio. Die
linker deur zit het meest ver weg en wordt waarschijnlijk het minst
gebruikt. En
toch staat hij op een kier. Was
iemand me voor? Is de
bril nog warm? Iemand
die uit nonchalance de deur open liet staan heeft vast ook nonchalant
zitten plassen. Zo'n
openstaande deur geeft me wel de gelegenheid om naar binnen te kijken. Maar
zo onbescheiden ben ik nou ook weer niet. Gek
hè, maar zo'n deur laat je links liggen. Ook
al is het de meest rechtse deur. Je
bent bang dat je iemand aantreft. Iemand
met haar broek op haar enkels. Dus
ik laat de deur de deur. Iedereen
heeft recht op privacy. Zeker
hier.
Ik
sta enige tijd besluiteloos in het halletje. Dan
neem ik een besluit, neem resoluut de linkerdeur die gastvrij voor mij
openstond. Zoiets
wil toch ook iets zeggen. Maar
in één oogopslag zie ik dat de bril nat is en,
neem me vooral niet kwalijk, daar bedank ik voor. Toch
maar de middelste deur, wijzig ik mijn beslissing. Ik
zijg neder op de plek waar ik zijn moet gezien de bijzonder hoge nood
die zich inmiddels openbaart. Een
zucht, een ontlading, een leegloop. Om
dan, -
waarom, waarom gebeurt dat mij nu altijd??? - tot
de ontdekking te komen dat het toiletpapier op is.
Ik
heb niet gauw medelijden met mezelf. Soms
wel.
De Storm
,,Meid, ik ben zeiknat!'' Ik
schreeuw het mijn vriendin toe die een eindje verderop voor de
bioscoop, maar overdekt, op mij staat te wachten. ,,Niet
klagen, ik koop vast kaartjes!'' Ik
zet mijn fiets op slot. Mijn rok voelt zwaar aan en plakt tegen mijn
benen. ,,Lekker
charmant'' voegt mijn vriendin me toe. ,,Maar
gelukkig, je bent er, dus niet zeuren.'' We
mogen vrijwel meteen naar binnen. De
Storm. Een
documentaire-achtige film over de watersnoodramp van 1953. Ik
voel mee.
Het water drupt in mijn schoenen.
Ik hang de voorkant van mijn rok over de rugleuning van de stoel
vóór mij. Dat
helpt. Mijn
dijen drogen op en dat voelt een stuk prettiger.
,,Waarom
ruikt het in de bioscoop altijd zo muf'' vraag ik mijn vriendin, maar
eigenlijk is het meer een constatering. ,,Dat is nou popcorn!''
verzucht ze. ,,Popcorn?
Ik ruik zweet!'' doe ik haar mededeling te niet. ,,Popcorn
ruikt naar zweet én zweet ruikt naar popcorn'' weet ze. ,,En
de smaak is ook ongeveer hetzelfde!'' We
nemen een magnum.
Mijn
vriendin is verliefd. Daar
wil ze niet echt voor uitkomen, maar toch. Stiekem,
zonder dat verder iemand het weet, wonen ze proef. Dat
wil zeggen: een paar dagen bij haar en vervolgens een paar dagen bij
hem. De
verliefdheid heeft zich in die tijd verdiept. Ze
hebben dezelfde liefhebberijen, dezelfde hobby's, dezelfde
verwachtingen van het leven. Dat
is mooi. Zou
je zo zeggen.
Maar
er is een kras gekomen op het tafelblad. Een
rimpel in de vijver. Dat
ging zo: in beide huizen hadden ze een bord opgehangen waarop ze elkaar
lieve dingen konden toevoegen. ,,Ikke
vin jou erghhhh lief''. Zulke
dingen. Maar
ineens, sinds gisteren, staat er in zijn handschrift te lezen dat
de koffiemelk op is en of ze even de stofzuiger door zijn huis wil
halen. Dat
is verkeerd gevallen. ,,Zo
kort en nu al........'' De
tranen schieten haar in de ogen. Ze
heeft het moeilijk. Dat
zie ik zo. ,,Zijn
alle mannen dan inderdaad gelijk?''
Ik
troost, sus, kalmeer, ondersteun. Om
haar vervolgens aan te spreken op de girlpower die ze in zich heeft: ,,Je
hoeft het niet te pikken, hoor! Laat de rotzooi de rotzooi, ga met
een boek op de bank zitten en ga vast wennen aan koffie zonder
koffiemelk. En til je benen pas op als hij langs komt met de
stofzuiger!'' ,,Ik
heb al stof gezogen'' zegt ze. Ik:,,Als
je me nu ook nog verteld dat je koffiemelk bent wezen kopen ga ik
gillen!!''
Ik
gil!
PLUS Neem
nou mijn man. Hij
is 65 geworden. We
hebben een flinke borrel genomen op dat heuglijke feit, want wie haalt
het nog tegenwoordig? Mijn
man bleef er nuchter onder. Ik
niet. Dat
kwam omdat de gemeente ons een brief stuurde. Dat
wil zeggen: hém. Mijn
man kan zich gratis laten keuren. Om
inzicht te krijgen in cholesterol, hartslag, urine, bloeddruk,
prostaat, je
kent dat wel.
Nou
is dat allemaal niet zo erg. Mijn
man is overigens niet gegaan. De
reden daarvan hoef ik niet uit te leggen. Denk
ik. Hoe
dan ook: ook
het tijdschrift Plus wist onze brievenbus te vinden. Bij
het blad kregen we een inlegbrochure van www.pluswinkel.nl Nietsvermoedend
bladerde ik blad en folder door en kwam tot mijn grote
schrik tot de ontdekking dat we echt onomkeerbaar 'oud' verklaard zijn. Dat
wil zeggen: híj. Want
wat werd ons aangeboden?
Sfeerverlichting
in de douchekop. Nou
leek me dat op zich nog wel een romantisch idee. Maar
ik bladerde verder en kwam via een manicure-set voor kalknagels al
gauw terecht bij een inklapbaar douchekrukje, bij een
luchtverfrisser, een matrastriller, een knietafel, een gasdetector, een
nekkussen, een extra trapleuning, een flexibele draaischijf om het uit
bed stappen te
vergemakkelijken, op een badbeugelsteun en op een Big Button GSM, ook
geschikt voor slechthorenden.
We
hebben het blad en de bijbehorende brochure met een zwiep bij het oud
papier gegooid. Zelfs
het bed dat werd aanbevolen heb ik gelaten voor wat het is. Achteraf
weet ik niet of dát nou zo verstandig was.
Zangles Ik
ben op vakantie geweest. Nee
nee, die voetreis-zonder-schoenen is het uiteindelijk niet geworden. Zo'n voetreis-zonder-schoenen.
In
zuidoost Groningen schijnt dat te kunnen. Je
loopt 20 km per dag over onverharde paden, over
grasland, scheldenpaden, over zware klei en stenen, over
hangbruggen van touw, door
sloten en door het mulle zand. En
dat alles op je blote voeten. Dat
moet heerlijk zijn. Zeggen
ze. Je
voelt je één met de aarde waarop je leeft. Haja.
Toch
maar niet, heb ik bedacht. We
gingen over zee. Een
vijfsterren cruiseschip bracht ons naar Kopenhagen, Oslo,
Stockholm, Helsinki, Tallinn, Warnemunde, Sint Petersburg. We
hebben genoten. Op
zo'n schip loop je overigens ook heel veel. Je
zoekt je nl rot naar de plek waar je moet zijn. En
als je die plek gevonden hebt moet je op zoek naar je reisgenoot die
zich blijkbaar op een ander dek bevindt. Lift
in, lift uit, de gang door en nog een gang, trap af. Om
vervolgens te ontdekken dat je reisgenoot dat bewuste dek inmiddels
alweer heeft verlaten. Trap
op. Juist.
Enfin. Thuisgenomen
namen we de draad weer op. Ik
besloot op zangles te gaan. Jarenlang
heb ik in koren mee staan blèren zonder enige
voldoening te ondervinden van wat ik stond te doen. Het
laatste jaar, in een nieuw koor, is mijn zelfvertrouwen gegroeid en
heb ik eindelijk geleerd hoe mijn stem te gebruiken. Dat
kan beter, vond ik zelf, dus ik meldde mij bij een
zangleraar van naam. ,,Ben
je daar niet te oud voor?'' vroeg mijn vriendin nog. Maar
soms ben ik met groot plezier oostindisch doof.
Ik
kreeg doppen op mijn oren en een microfoon voor mijn mond. En
toen kwam het moment van de waarheid.
Thuis,
onder de douche, was het altijd goed gegaan en was ik overtuigd
geraakt van mijn eigen talent. Wat
ik ook zong, het klonk in de beslotenheid van mijn eigen badkamer
altijd als een klok. Helaas.
Van
dat talent, staande voor mijn zangleraar, bleef niets over. En
van mijn zelfvertrouwen nog minder. Voor
het echie wilde zelfs een simpele, recht toe recht aan gezongen
toon NOEEEE niet goed over mijn lippen komen. Shame
on me.
,,Dat
is altijd bij de eerste keer'' probeerde mijn zangleraar me te
motiveren, maar toen ik mijn eigen stem had gehoord, opgenomen op een
usb-stick en ontdaan van alle begeleiding en muzikale rimram eromheen,
wist ik het zeker: dit gaat me jaren van inspanning kosten!
Inmiddels
zijn er al heel wat lessen en oefenmomenten gepasseerd. Ik
heb het plezier niet verloren en mijn zelfvertrouwen is terug. ,,Je
moet Franse chansons gaan zingen'' houdt mijn zangleraar me iedere
week voor. ,,Je
hebt er de stem, het timbre en de uitstraling voor.'' Ik
zie mezelf aan in de spiegelwand die mijn zangleraar in zijn studio
heeft aangebracht. Het
is, godzij geprezen, een rookspiegel, zodat ik mijn eigen
contouren slechts vaag kan onderscheiden. Ik
zie mezelf al in een bruine kroeg, bil op een barkruk, glas wiskey
in de hand, half leunend over de piano. Ik
ben stiekem al aan het oefenen.
Foto-gallery
Je
wordt het zat om in de wachtkamer bij de
oogarts naar je mede-patiënten te zitten staren. Bij
mij had één of andere matig
ge-enthousiasmeerde
oogarts-assistente druppels in mijn ogen gedaan met daaraan gekoppeld
het verzoek om nog weer even in wachtkamer 1 plaats te nemen. Ze
zou me zo weer komen roepen. Met
pupillen als schoteltjes en derhalve half blind van het vele licht
sloeg ik een willekeurig tijdschrift open in de hoop nu eindelijk het
ware verhaal te lezen van Jolanthe en Wesley of hoe de borst ook moge
heten. Maar
wat ik te pakken had was een glossy vol medische mogelijkheden en
ik besloot een kijkje te nemen. Ik
kan, zo zag ik, het blad op flinke afstand van mijn ogen houdend,
gemakkelijk mijn oogleden laten liften. Fluitje
van een cent tegenwoordig en als het erg nodig is dan wil de
ziekenkostenverzekering wel meebetalen. Ik
kan mijn lippen laten vullen, mijn wenkbrauwen laten
tatoeëren,
mijn schaamlippen laten corrigeren, mijn borsten laten verkleinen, mijn
okselhaar laten weg-laseren, mijn dijen laten retoucheren en mijn haar
laten fillen. Ik
likte er mijn vingers bij af. Want
in feite ben ik met mijn zestig jaren wel aan een opknapbeurtje
toe. Vinden
de anderen. Denk
ik.
Zelf
bedenk ik hoeveel uren ik in de komende periode zal moeten
doorbrengen in wachtkamers als deze als ik alles wil laten doen. Dat
getal zal niet meer in uren uit te drukken zijn. Tijd
die ik misschien beter kan besteden aan iets nuttigers. Want
eigenlijk, ja in feite valt
het allemaal wel mee zolang
er nog geinteresseerden naar je blijven kijken....... Op
de fiets ,,Ik moet hoognodig
kalibreren'' roep ik tegen mijn man. Hij
is meteen klaarwakker. In
zijn fantasie ziet hij een hoop werk op zich afkomen. Want
wie laat zijn vrouw nou in haar eentje kalibreren?
,,Moet
dat persé vandaag?'' vraagt hij. ,,Ja''
zeg ik. ,,Het kan echt niet langer wachten.'' Het
is een tijdje stil in onze slaapkamer. Dan
komt eindelijk de vraag waar ik op zit te wachten: ,,Wat
moet er gekalibreerd worden?'' ,,Mijn
fiets!'' roep ik verheugd. Ineens
is het niet meer alleen míjn probleem maar het
probleem van ons beiden. Want
hij gaat me helpen. Dat
weet ik zeker.
In de
handleiding van mijn nieuwe fiets ontwaarde ik gisteren een
alinea gewijd aan het kalibreren van mijn fiets. Zet
alles uit, ga naast de fiets staan, druk twee seconden het
lichtknopje in, zodra in de display het woord 'gekalibreerd'
verschijnt, is de fiets in z'n geheel gekalibreerd. Het
leek me een eenvoudige handeling voor zoiets ingewikkelds als
kalibreren. Het
leek me bovendien, dat ik dat zelf moest kunnen, maar voor de
zekerheid zou ik toch de hulpvaardigheid van mijn echtgenoot inroepen,
zo besloot ik. Je
weet tenslotte maar nooit en heb ik, voor dat ik het weet, iets
verknald wat niet meer te repareren valt.
,,Ik
kijk straks wel even naar je fiets'' stelt mijn man me gerust. ,,Ach''
bied ik aan. ,,Misschien kan ik het ook wel zelf.'' ,,Ok
ok, ik snap het, ik ga nú wel even kijken!'' Hij
stapt zijn bed uit. Enigszins
vermoeid.
Mannen. Ze
zien elk van jouw opmerkingen als een probleem, een probleem dat
onmiddellijk opgelost dient te worden. Terwijl
wij vrouwen het wel leuk vinden om er een tijdje over te
praten, te klagen, te zeuren om dan vervolgens tot de conclusie te
komen dat het allemaal zo erg niet is.
Ik
haast me achter mijn man aan en nog voor hij de schuur bereikt heb
ik mijn fiets al gekalibreerd volgens de aanwijzingen in het boekje. ,,Je
kan het zelf!'' constateert mijn man met iets van ergernis op zijn
gezicht. ,,Nou,
dat is toeval hoor. En dat komt omdat jij in de buurt bent''
relativeer ik in een ernstige poging om niet door mijn glazen plafond
heen te stoten. Die
dag maken we een lange fietstocht. Met
een gekalibreerde fiets is dat een fluitje van een cent. Kilometer
na kilometer leggen we af. De
zon schijnt, de temperatuur is aangenaam, de mensen vriendelijk. Tot
we langs een restaurant fietsen. Restaurant
Lekker Puh aan de Heerenweg in Groet.
,,Ik
kende ooit iemand die Lekker Puh tot lifestyle had
verkozen'' vertel ik mijn man. ,,Zonder
dat ze het zelf wist, mag je toch hopen. Iemand
die dat zelfs opschreef in een gastenboek op internet! Daarmee zichzelf
te schande maaktend voor de hele wereld. Maar
dat had ze niet door. Hoe
dom kan iemand zijn.''
,,Lekker
Puh is denegrerend'' legt de onderwijzer in mijn man nog maar
eens uit. ,,Lekker
Puh wil zeggen: eigen schuld dikke bult. Je
legt de schuld bij de ander zonder naar jezelf te kijken. Dat
is niet alleen heel kinderachtig maar ook heel stupide. Wat
denk je: zou zo iemand gekalibreerd moeten worden?''
Gratis
spandoek
staat
er te lezen in de advertentie die ik via de mail binnenkrijg. Ik
ben onmiddellijk geinteresseerd. Een
eigen spandoek! Wie
droomt daar nu niet van! Je
eigen protest in duidelijke drukletters op een strakgespannen onderlaag. Met
twee stokken aan weerszijden om hem goed hoog te kunnen houden. Wat
een geweldige gedachte.
Maar
wat zet ik erop? 'Weg
met de neutronenbom' is zo verschrikkelijk jaren zeventig. 'Weg
met het kapitalisme' is inmiddels door de feiten ingehaald. 'Baas
in eigen buik!' Ik kan er niet (meer) wakker van liggen. Ik
moet het dus maar iets dichter bij huis houden. Vond
ik. Lees:
dichter bij mijzelf.
Vandaag
op de fiets, met
de wind door mijn haren en de zon op mijn huid, maakte
mijn fantasie zich los van de vertrutting en de kleinburgerlijkheid. De
mogelijkheden voor klinkende teksten op mijn spandoek bleken even
talrijk als ludiek. Lieve
hemel. Wat
een goddelijke, frustratie-afnemende, bevrijdende
vrijetijdsbesteding!
Cocaïnefabriek
,,Weet
je nog'' begint mijn vriendin. ,,Herinner
jij je nog dat er in Weesp af en toe een vreemde geur hing?'' ,,Ja!''
beaam ik onmiddelijk. ,,Dat
was de cacaofabriek van Van Houten. Heerlijk!'' ,,Klopt''
zegt mijn vriendin en ze klinkt nu best ernstig. ,,We
snoven als kind continue een chocoladegeur op. Daar werden we
gelukkig van, zozeer zelfs dat we de hele wereld aankonden. Pure
happiness, een soezend gevoel in je hoofd, overmoedig werden we ervan.
Je voelde geen honger, zag nergens gevaar in. We durfden
vanaf de
spoorbrug het water van de Vecht in te springen. Levensgevaarlijk. Of
erger nog: het water van het Amsterdam-Rijnkanaal! Met
al
die grote aken. Superlink. En
wat
zo raar was: soms
was je bang, soms niet. Alsof
dat aan de wind lag. Nou,
dat lag het dan ook! Want
als de wind goed ston(e)d, dan waaide de cocaïnewolken om onze
oren. En
wij
maar denken wat we van die ouwel uit dat kleine snoepwinkeltje in de
Breestraat zo gelukkig werden! Mis!''
,,Stoned?
Cocaïnewolken? Waar
heb je het over??''
,,Nou
meid, luister! Ik
lees net in de VPRO-gids dat wij in Weesp onder de rook (stofwolken
in dit geval) zaten van de grootste cocaïnefabriek van de hele
wereld in die tijd! Van 1900 tot 1960 stond er langs de
Weespertrekvaart een cocaïnefabriek die
cocaïnetabletten
leverde aan de soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Daar werden die
mannen agressief van en dat konden ze goed gebruiken. Die
gasten kwamen totaal verslaafd van het front terug. En
wij
hebben onze hele jeugd bij vlagen die cocaïnewolken opgesnoven! Nou
weet je waar je zo speedy van bent geworden. Wij
zijn als kind al verslaafd geraakt!''
,,En geloof maar dat het
waar is. Schrijfster
Conny Braam schrijft er een boek over. In
oktober verschijnt: De
handelsreiziger van een cocaïnefabriek. Die
Conny Braam woonde overigens ook bij ons in de buurt. Dat
te
weten terwijl niemand van iets wist. De
kruitfabriek in Muiden is er niks bij!''